Gisteren interpelleerde ik minister Anciaux over de beslissing van de KBVB om meer geld op te halen bij plaatselijke clubs. Volledige tekst van vraag en antwoord hieronder (uit de Handelingen van het Vlaams Parlement).
Ondertussen blijft het reacties regenen van verontwaardigde voorzitters, secretarissen en bestuursleden van de voetbalclubs. Het is ongehoord dat zij en de vele andere vrijwilligers de dupe worden van de financiële problemen bij de voetbalbond.
groeten
Johan
Actuele vraag van de heer Johan Sauwens tot de heer Bert Anciaux, Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, over de financiële problemen bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond en de gevolgen voor de clubs
De voorzitter: De heer Sauwens heeft het woord.
De heer Johan Sauwens:
Mijnheer de minister, mevrouw Crevits heeft me gevraagd u te zeggen dat u er goed uitziet. (Gelach)
Daarover gaat mijn vraag echter niet. Er is op dit moment heel wat beroering in de Vlaamse en Belgische voetbalwereld.
De aanleiding is de uitspraak van de penningmeester van de KBVB die zegt dat er financiële problemen zijn, dat sponsors afhaken, dat inkomsten wegvallen en dat daarenboven de Rode Duivels niet doen wat ze moeten doen. Hij zegt verder dat de lidgelden moeten worden verhoogd. Volgens hem zijn ze al heel lang niet meer geïndexeerd en een indexatie betekent plots plus 50 percent. Ook de boetes zouden worden verhoogd.
Het voetbal is momenteel een reus op lemen voeten. Heel wat collega's, zoals ikzelf, dragen mee verantwoordelijkheid in lokale clubs. De problematiek is schrijnend. Er is het probleem van het dalend aantal vrijwilligers en toeschouwers. De voetbalbond doet daar zelf lustig aan mee door voetbalwedstrijden als gevolg van het contract met Belgacom te laten programmeren om 13 uur. Dat betekent dat heel wat mensen om 15 uur niet meer naar de lokale club gaan kijken. Er is daarnaast de nieuwe vzw-wet en de nieuwe reglementering met betrekking tot legionella en voedselveiligheid. Een aantal mensen haakt af. In 1995 waren er in Vlaanderen nog 1250 ploegen ingeschreven bij de KBVB, dat zijn er nu nog 1150 of honderd clubs minder als gevolg van fusie, faillissement of stopzetting, en dan vooral in kleinere gebieden.
Er worden bij de voetbalbond maatregelen voorbereid om het lidgeld en de boetes te verhogen. In een krant heb ik een berekening gelezen. Een club in tweede provinciale met 400 leden zal 1500 euro per jaar meer moeten betalen. U weet zeer goed wat dit betekent. Dat geld zal worden gevonden via tombola's, de verkoop van wafels en pintjes. Ik vrees ook dat een aantal clubs dit niet zal nemen. U zult misschien zeggen dat dit debat binnen de verenigingen moet worden gevoerd, maar het is mijn mening dat we ons daar wel over moeten bekommeren. Voetbal is de meest populaire Vlaamse sport, waarvan een enorme sociale kracht uitgaat. Wat zal de evolutie zijn? Het lidgeld zal worden verhoogd. Vandaag vragen al heel wat clubs lidgelden van 375 tot 400 euro per jaar van jongeren. Vooral het jeugdvoetbal zal onder druk komen. Sommige spelers zullen niet meer komen omdat ze het niet kunnen betalen. Er zal enkel verder worden gegaan met diegenen die goed kunnen spelen en die kans maken om door te groeien naar de eerste ploeg en de nationale competitie. Een aantal ploegen in de Belgische competitie speelt al zonder jeugdploegen en concentreert zich enkel op de competitie in tweede of derde afdeling.
Het ogenblik is gekomen om naar de KBVB toe te gaan om proberen de problemen op te lossen, met respect voor ieders verantwoordelijkheid. We kunnen de voetbalbond vragen om te doen wat de basketbalbond en volleybalbond hebben gedaan. De nationale competitie kan behouden blijven, maar laat ons het decreet toepassen. Instappen in het huidige decreet betekent 2 miljoen euro subsidie voor de KBVB als federatie, bijna 2 miljoen euro voor de clubs en verenigingen, en nog eens 2 miljoen euro voor het onderdeel topsport van het voetbal. Deze gelden staan ter beschikking en groeien dankzij de inspanningen van de regering. Het is niet verantwoord om van de grote voetbalboom de worteltjes af te knippen, want dat zal gebeuren. Het zou veel beter zijn om met de overheid een gesprek aan te knopen.
Mijnheer de minister, kunt u de bedragen die ik noem, bevestigen?
Welke stappen hebt u gezet en wilt u zetten om met de KBVB op het hoogste niveau en zo snel mogelijk een oplossing voor de populaire voetbalsport uit te werken?
De voorzitter: Minister Anciaux heeft het woord.
Minister Bert Anciaux:
Mevrouw de voorzitter, leden van de regering, collega's, ik ben het 100 percent met u eens. Uw analyse kan ons alleen maar doen besluiten dat de genomen maatregelen onverantwoord zijn voor de voetbalminnende jeugd en voor de jeugdopleiding van de clubs. De voorstellen en maatregelen van de KBVB zijn onverantwoord.
Het aanbod van de Vlaamse Gemeenschap is duidelijk. U hebt gelijk. De KBVB moet niet splitsen, maar moet in haar schoot een Vlaamse en Franstalige voetballiga oprichten waarin de clubs terechtkomen volgens hun ligging of - als ze in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad liggen - volgens de keuze die ze maken. Als dat gebeurt, dan komt er op basis van het decreet op de sportfederaties 2 miljoen euro vrij. Daarnaast zorgt het nieuwe decreet over het lokale Sport-voor-allenbeleid voor de vrijmaking van ten minste 1,2 miljoen euro. Dat geld dient voor een overgangsperiode. Als de KBVB zich niet snel aanpast aan het federale karakter van dit land, dan zullen de clubs dat geld binnen 2 jaar definitief kwijt zijn.
Naast die 1,2 miljoen euro komt er nog geld bij als men zich aanpast, want in dat geval komen de impulssubsidies er nog bij. In totaal maakt de Vlaamse Gemeenschap daarvoor dan 1,6 miljoen euro vrij. Ik tel er dan nog niet de bedragen bij die de gemeenten daar nog moeten opleggen: die zijn goed voor 50 percent. In totaal gaat het dus over 2 miljoen, plus 1,6 miljoen, plus 30 miljoen over een periode van 3 jaar of jaarlijks 1 miljoen voor de bouw van een 80-tal kunstgrasvelden. Verder is in de begroting 2007 1,7 miljoen euro voor regionale opleidingscentra voor de voetbalsport opgenomen. Ten slotte is er in de begroting 2007 nog 60.000 euro opgenomen voor een opleidingsfonds.
Opgeteld is dat 5,1 miljoen euro, zonder de gelden voor de investeringen en de bedragen voor het luik voetbal van het Topsportactieplan in rekening te brengen. Ook de gelden voor de manifestaties, de sportpromotieacties en de tewerkstellingscontracten voor mensen die op weg naar de top zijn, tel ik niet mee. De Vlaamse gemeenschap biedt dat fenomenale bedrag aan, maar de KBVB zegt dat hij dat geld niet kan aanvaarden. Hoe langer hoe meer vraag ik me af wie er belang bij heeft om onze uitgestoken hand te weigeren.
Dat is in ieder geval niet de voetbalwereld en niet de jeugd binnen die voetbalwereld, wel integendeel.
Mijnheer Sauwens, ik heb enkele maanden geleden eens stevig aan de boom geschud. Dat heeft blijkbaar toch een beetje de zaak in beweging gebracht. De huidige voorzitter is samen met een andere verantwoordelijke van de KBVB in januari bij mij geweest. Wij hebben in alle rust en kalmte een aantal vooroordelen weggewerkt. Ik heb daar ook nog eens heel duidelijk dit financiële aanbod gedaan.
Er zijn verschrikkelijk veel vooroordelen. Een van de grootste problemen waarvan zij dachten dat ze er niet uit zouden kunnen geraken, was dat ze al hun reserves zouden moeten opsplitsen. Wat kunnen mij die reserves schelen. Ik ben blij dat ze die nog hebben - blijkbaar niet meer veel, als ik het zo hoor. Het gaat niet over reserves, het gaat over een nieuw beleid voor de toekomst. Ik wil niet al die lijken uit het verleden meenemen. Ik heb tijdens dat vrij constructieve gesprek duidelijk gemaakt dat het niet gaat over de Rode Duivels of over de competitie. Nog altijd worden mensen geïndoctrineerd: men zegt hen dat ze niet meer in een nationale competitie zouden kunnen spelen. Allemaal larie en apenkool! Wij hebben daar afgesproken om een berekening te maken van wat de kost zal zijn van zo'n federatie en wat daar tegenover staat.
Ik heb intussen dit hele verhaal aan alle eerste- en tweedeklassenclubs verteld. Ik heb ook gezegd wat ik wil doen met die opleidingscentra, hoe een opleidingsfonds eruit ziet, welk belang zij erbij hebben, enzovoort. Ik heb gisteren alle derde- en vierdeklassenclubs ontvangen om hen duidelijk te zeggen dat wij hen nodig hebben en dat zij, als ze dat allemaal willen krijgen en als zij willen dat Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid voor de jeugdopleiding opneemt, ook iets moeten doen. In het uitvoerend comité van de KBVB hebben de provinciale en derde- en vierdeklasseclubs een meerderheid.
We zijn daar dus volop mee bezig. Volgende week zie ik opnieuw drie afgevaardigden van de KBVB: de voorzitter, Herman Weynants namens de Profliga, en de heer Sablon. Ik heb een specialist aangeduid, die, het decreet in de hand, zal zeggen wat er nodig is om er aan tegemoet te komen.
Ik weet het, ik ben soms te naïef, maar hier kan ik niet anders dan hoopvol zijn omdat het aanbod van de Vlaamse Gemeenschap van dien aard is dat er geen enkel zinnig argument kan worden gevonden om er niet op in te gaan. En in geen geval kan men enig sportief argument naar voren brengen. Het zou een schande zijn voor de jonge voetballers en voor de jeugdopleiding in het voetbal indien die uitgestoken hand niet wordt aangenomen. Het gaat hier niet over separatisme of wat dan ook. Het gaat erover aan de Vlaamse Gemeenschap de mogelijkheid te bieden om ten volle haar bevoegdheid uit te oefenen en de verantwoordelijkheid op te nemen voor het jeugdvoetbal. Wie daar tegen is, draagt een zeer grote verantwoordelijkheid en heeft wellicht belangen die wij niet kennen en die niets met sport te maken hebben. (Applaus bij de meerderheid)
De heer Johan Sauwens:
Dank u, mijnheer de minister, voor uw duidelijke antwoord.
Het lijkt me een prima idee om in eenvoudige termen het voorstel dat u doet namens het hele parlement ook mee te delen aan de clubs in de lagere afdelingen, gewoon om hen op de hoogte te brengen en mee te laten denken. De interne democratie binnen de bond moet ook worden hersteld.
Wednesday, February 14, 2007
Lange wachttijden voor verlichting nieuwe rotondes zijn verleden tijd

Op verzoek van mijn medewerker Wim Lenaers, tevens gemeenteraadslid in Zutendaal, ondervroeg ik minister Peeters over de moeilijke samenwerking tussen EMA (Elektriciteit en Mechanica Antwerpen), Interelectra en Electrabel bij de plaatsing en aansluiting van de verlichting op rotondes.
In Zutendaal duurde het maanden alvorens de verlichting op de nieuwe rotonde Bilzerweg-Daalstraat-Molenblookstraat brandde. En dat terwijl de normale wegverlichting al lang in orde was.
Minister Peeters erkent de problemen en de moeilijke samenwerking tussen de verschillende betrokkenen. Hij gaat een overleg organiseren waarop een nieuwe manier van samenwerken voorgesteld wordt.
Op die manier kunnen gelijkaardige problemen in de toekomst vermeden worden. Bij heel wat nieuwe rotondes - onder andere in het kader van het wegwerken van zwarte punten - zal de verlichting nu hopelijk veel sneller branden.
Volledige tekst van vraag en antwoord vindt u hieronder.
groeten
Johan
Vraag nr. 190
van 12 januari 2007
van johan sauwens
Verlichting rotondes en kruispunten - Werking EMA
In december werd de burgemeester van Damme samen met het stadsbestuur veroordeeld door de politierechter in Damme. Hij werd verantwoordelijk geacht voor een dodelijk verkeersongeval op zijn grondgebied. Volgens de rechter was het kruispunt waar het ongeval gebeurde abnormaal gevaarlijk door een slechte verlichting.
Collega Joke Schauvliege interpelleerde minister Marino Keulen reeds over deze materie in de plenaire vergadering van 20 december 2006.
De afgelopen maanden worden we – hoofdzakelijk in Limburg – geconfronteerd met een problematiek die nauw aansluit bij deze casus.
Momenteel worden op heel wat gewestwegen de zogenaamde “zwarte punten” weggewerkt. Vaak gebeurt dit met de aanleg van rotondes of kruispunten, meestal gelijktijdig met de heraanleg van de betrokken gewestweg of met het aanleggen van fietspaden en nutsleidingen.
Terwijl de verlichting langs deze wegen – in Limburg – door Interelectra wordt verzorgd, is de verlichting van de rotondes en kruispunten in handen van Elektriciteit en Mechanica Antwerpen, kortweg EMA.
Dit brengt heel wat problemen met zich mee, zowel bij de installatie als bij het onderhoud.
Bij de installatie verlopen er soms verschillende weken tussen het activeren van de verlichting door Interelectra en EMA. Gevolg: nieuw aangelegde rotondes of kruispunten blijven in het duister gehuld, met gevaarlijke situaties zoals hierboven tot gevolg. Recentelijk zou deze situatie zich in Genk en Zutendaal hebben voorgedaan. Met het wegwerken van de “zwarte punten” zal dezelfde situatie mogelijk nog vaker voorkomen.
Ook het onderhoud achteraf brengt problemen met zich mee. Soms moet men maanden wachten alvorens de diensten van EMA een kapotte lamp komen herstellen. Het gevolg is opnieuw een onveilige situatie. En ontevredenheid bij de burger, die zich vaak al de moeite heeft getroost om het defect te melden.
1. Is de minister op de hoogte van deze moeilijke samenwerking tussen EMA en de (Limburgse) gemeenten?
Problemen rond de samenwerking tussen EMA en de (Limburgse) gemeenten waren mij tot op heden niet bekend.
2. Welke factoren liggen volgens de minister aan de basis van deze problematiek?
De moeilijkheden voor het in dienst stellen van rotondes en kruispunten situeren zich op volgende vlakken:
- De samenwerking tussen EMA, Electrabel en Interelectra voor het aansluiten van de laagspanningsborden die de wegverlichting voeden:
EMA doet de aanvraag bij Electrabel (leverancier van de energie) om een Ean-nummer te bekomen. Het Ean-nummer is het bewijs voor de netbeheerder (Interelectra) dat er een leveringscontract is voor energie. Dit bewijs wordt door Electrabel overgemaakt aan Interelectra. Op zijn beurt maakt Interelectra een offerte voor het realiseren van de aansluiting op het net. Deze offerte wordt goedgekeurd door EMA. Na goedkeuring wordt de bestelling geplaatst bij Interelectra. De uitvoeringstermijn bij Interelectra is veel groter dan de uitvoeringstermijn voorzien door de VREG. Op zijn beurt wordt deze uitvoeringstermijn door Interelectra ook niet altijd gerespecteerd wat tot gevolg heeft dat rotondes en kruispunten onverlicht blijven. De samenwerking tussen Interelectra en Electrabel verloopt kennelijk zeer stroef. EMA is afhankelijk van de samenwerking tussen vorige partijen om een aansluiting te bekomen.
- De installatie van de wegverlichting door de aannemer:
EMA heeft op dit vlak maatregelen genomen door het contract met huidige aannemer versneld te stoppen door heraanbesteding van het contract voor het installeren van de wegverlichting.
De nieuwe opdracht werd toegewezen aan een tijdelijke vereniging van twee aannemers klasse 8.
3. Welke concrete stappen gaat de minister als bevoegde minister ondernemen om deze problemen in de toekomst te vermijden? Op welke termijn?
Een mogelijke bron van misverstanden kan uitgeschakeld worden als EMA aan Interelectra de gewenste aansluitingspunten opgeeft en hierover afspraken maakt. Het is de netbeheerder die het EAN-nummer toekent, een “aansluitingscontract” aangaat met EMA en de werken voor aansluiting uitvoert.
De leverancier, Electrabel in dit geval, heeft enkel de taak energie te leveren eens het aansluitpunt gerealiseerd is.
Terzake lijkt het me meer aangewezen in dit concrete geval om een overleg tussen EMA, Electrabel en Interelectra op te zetten om deze “problematiek” op te lossen, m.a.w. om afspraken te maken over het procesverloop van dergelijke aansluitingen.
Ik heb intussen beide diensten gevraagd dit overleg te organiseren.
Subscribe to:
Posts (Atom)