Monday, December 29, 2008

SP.A zet de nieuwe (?) generatie in de vitrine.


Eén van de grappigste artikels deze maand in de krant was de grote titel: Gennez wil met nieuwe generatie kopstukken 'vechten voor eerlijkheid'.

SP.A zet de nieuwe generatie in de vitrine.

Heel benieuwd wie die nieuwe generatie zou zijn, stel ik vast dat de ‘zonen en dochters van’ nu worden voorgesteld als de nieuwe generatie: Freya Van den Bossche, Peter Vanvelthoven, Bruno Tobback, straks aangevuld met Bert Anciaux, ook zoon van…

De vlotte jongens en meisjes à la Kathleen Van Brempt, Pascal Smet en Johan Crombez zijn de mooie verpakking waarbinnen het evenwicht tussen de machtsbastions van weleer dient verkocht te worden.

Met open en eerlijk basissocialisme heeft dit niets meer te maken. De SP.A staat voor een existentiële crisis nu zij in de peilingen terugvalt tot vijfde partij van Vlaanderen.

Johan Sauwens

Friday, December 19, 2008

Tussenkomst beleidsbrief sport (27.11.2008)

Uit het verslag van de commissie sport (stuk 15 (2008-2009), nr D-5)

De heer Johan Sauwens is tevreden dat de beloofde middelentoename voor sport ook werkelijk gerealiseerd is. Sport staat nu duidelijk op de agenda. In twee opeenvolgende legislaturen werd nogal wat in beweging gebracht. Er is dynamiek op alle fronten ontstaan via decreten, reglementen, projecten en proeftuinen. Een van de belangrijkste verwezenlijkingen is dat bijna alle gemeenten nu een sportbeleidsplan hebben opgesteld en zijn ingestapt in de decretale mogelijkheden.

Wel ontbreekt vandaag, tien jaar na het Strategisch Plan voor Sportend Vlaanderen van toenmalig minister Luc Martens, nog steeds een omvattend sportbeleidsplan. Het lid pleit ervoor dit grondig te evalueren met het oog op een omvattende strategische visie, ook al is het goed dat er nu een Sport-voor-Allenplan en een Topsportactieplan zijn. Vraag is immers of de versnippering van de financiële middelen de efficiënte besteding niet in gevaar brengt. De beleidsbrief, die op zich een degelijk werkstuk is, toont deze versnippering over initiatieven allerhande, zoals de proeftuinen, de experimenten, het Participatiedecreet en de projectsubsidies. Wie gaat dat allemaal coördineren als minister Anciaux er niet meer is?

De heer Sauwens pleit voor een structurele inbedding door de formulering van doelstellingen, de inzet van middelen en de evaluatie van resultaten. Vroeger had het sportbeleid drie sterke pijlers: Bloso, de gemeentelijke sportdiensten en de sportfederaties. Nu zijn met veel bijkomende middelen initiatieven daarnaast en er doorheen gecreëerd, zodat het overzicht zoek is.

De spreker geeft als voorbeeld het voorstel om de toegangsprijs voor gemeentelijke zwembaden te beperken tot 1 euro, dat ineens tussenkomt in het sportbeleid dat de lokale overheden ontwikkeld hebben. Daarnaast duikt ook het Mattheuseffect op. Bij de aanvragen voor projectsubsidies door clubs blijken heel vaak de reeds goed georganiseerde clubs opnieuw aan bod te komen. Zij weten immers hoe men een dossier behoorlijk moet indienen en hebben goede contacten met de administratie. Sportfederaties en -diensten worden daarbij enigszins buitenspel gezet. Het lid vraagt of het niet beter is om terug te keren naar de oude, gestructureerde werking met de drie genoemde kanalen. De minister kan zich dan beperken tot sturen op hoofdlijnen. Vlaanderen heeft eerder behoefte aan een goede sportminister dan een goede sportschepen.

De spreker noemt het doelgroepenbeleid als voorbeeld. Het participatiebeleid doorkruist immers in heel veel gevallen het sectorbeleid. De heer Sauwens vindt dat de ondersteuning van de lokale verenigingen, via het helpdeskproject in het kader van het VerenigingsOndersteuningsProject (VOP), niet de vorm zou mogen aannemen van een proeftuin door de Vlaamse sportfederatie maar zou moeten gebeuren via de federaties. Het resultaat nu is immers dat slechts 100 van de 20.000 Vlaamse sportclubs daarvan kunnen profiteren. Ook hier moet men zich dus weer afvragen welke resultaten met betrekking tot de doelstellingen worden bereikt met de ingezette middelen. Ook inzake infrastructuur zou Vlaanderen zich moeten bezighouden met zijn kerntaken, dus de grote, bovenlokale infrastructuur, en niet met het oplijsten van lokale voetbalterreinen en atletiekpistes die gesubsidieerd zullen worden. Bij dat laatste krijgt men immers onmiddellijk de vraag: waarom de andere niet?

Verder pleit de heer Sauwens ervoor om de projecten inzake goed opgeleide trainers en beschikbare leerkrachten te koppelen aan projecten zoals ‘sport na school’ of ‘de sportsnack’. Hij pleit dan ook uitdrukkelijk voor een uitbreiding van het systeem van de Flexibele Opdracht Leerkrachten Lichamelijk Opvoeding (FOLLO), dat zijn deugdelijkheid heeft bewezen. Een dergelijke investering is zinvol, maar het zou nog beter geweest zijn in overleg met de minister van Onderwijs. In dit verband is ook de structurele vastlegging van een degelijke vergoedingsregeling nodig.

Minister Bert Anciaux merkt op dat het FOLLO-systeem al fors uitgebreid is.

De heer Johan Sauwens repliceert dat de minister in de begroting 4 miljoen euro investeert in sporttoegankelijkheid. Maar die middelen worden versnipperd over initiatieven, terwijl men er eenvoudig het goedwerkende FOLLO-systeem mee zou kunnen uitbreiden. Wat Bloso betreft, blijft de heer Sauwens bij zijn kritiek dat de promotie bijna volledig gericht blijft op de unisportfederaties, hoewel de rol van de recreatieve sportfederaties essentieel is voor een sportpromotiebeleid ten aanzien van de hele Vlaamse bevolking. Waarom mogen die laatste, die duizenden beoefenaars hebben, bijvoorbeeld niet mee het badmintonfestival of het Mega Beach Festival organiseren?

Vervolgens behandelt de heer Sauwens het plan voor Sport-voor-Allen (SVA). Volgens hem werkt het SVA-platform niet echt en is het ook niet echt duidelijk wat de stuurgroep doet. Zowel het platform als de stuurgroep zijn stilgevallen sinds 2006. Het lid vraagt verduidelijking. Wat is verder de doelstelling van de nieuwe sportdatabank? Heel wat federaties hebben de voorbije jaren inspanningen geleverd om een database te laten ontwikkelen, zodat ze zich in regel konden stellen met de voorschriften en tegemoetkomen aan de huidige technologische ontwikkelingen. De sportfederaties kregen inmiddels een brief van Bloso omtrent de wijzigingen van het algemene uitvoeringsbesluit bij het Sportfederatiesdecreet. Daarin staat over de algemene subsidiëringsvoorwaarde: “Op dit ogenblik wordt de sportdatabank Vlaanderen ontwikkeld. Van zodra de sportdatabank operationeel is, moeten de sportfederaties de gegevens met betrekking tot de sportfederatie, de sportclubs en haar aangesloten leden digitaal in de sportdatabank invoeren en up-to-date houden op de wijze die het Bloso bepaalt.” De heer Sauwens vraagt zich af wat daarvan de administratieve gevolgen zullen zijn. Minister Bert Anciaux verduidelijkt dat de federaties zich te houden hebben aan de bepalingen van het uitvoeringsbesluit. Welnu, het algemene uitvoeringsbesluit voor de sportfederaties vermindert fors de planlast.

De heer Johan Sauwens vraagt of de omzendbrief van Bloso dan zal ingetrokken worden?

Minister Bert Anciaux belooft na te gaan wat hiervan is.

De heer Johan Sauwens leidt hier in ieder geval uit af hoe ingewikkeld alles is voor het werkveld. Wellicht heeft dit te maken met een gebrek aan communicatie tussen de administratie en het kabinet. Hij wijst er in dat verband op dat de beleidsraad van het departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM), die administratie en politiek met elkaar in verbinding moet brengen, sinds 2006 niet meer samengekomen is.

Verder meent het lid dat de tv-programma’s over Sport voor Allen moeten blijven. Zij betekenen een serieuze ondersteuning van het sportpromotiebeleid en zorgen voor motivering bij de bevolking. Ook ‘Speel op sport’ voor de jeugd moet blijven. Daarna gaat de heer Sauwens in op de uitvoering van het decreet sportfederaties. Het nieuwe algemene uitvoeringsbesluit werd nog altijd niet goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Dus de sportfederaties weten nog altijd niet wanneer ze hun beleidsplan moeten indienen. In de Blosocorrespondentie werd 1 december 2008 als indiendatum vermeld, maar dat lijkt moeilijk bij gebrek aan regeringsbeslissing. Het is geen behoorlijk bestuur om dergelijke belangrijke meerjarige beleidsplannen reeds op te vragen enkele dagen na de goedkeuring van de uitvoeringsbepalingen door de regering. De heer Sauwens vraagt uitdrukkelijk dat de minister de sportfederaties snel en correct informeert en hen minstens één maand de tijd geeft om hun beleidsplan in te dienen. Bovendien is het zo dat voor de realisatie van het SVA-decreet, het Vlaams Instituut voor Sportbeheer en Recreatiebeleid (ISB) en de Vlaamse overheid op zeer korte tijd met enkele gerichte publicaties en coaches de gemeenten en de lokale sportraden concreet op weg hebben gezet. Komt er een soortgelijke begeleiding voor de sportfederaties? Er zullen in 2009 drie nieuwe sportfederaties erkend worden. Is daarbij voldoende geld ingeschreven in de begroting om de toetreding van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) op te vangen? Het lid wil vermijden dat bij het binnentreden van een dergelijke kolos, de spoeling voor de andere federaties te dun wordt. Wanneer zal de KBVB over welke financiering kunnen beschikken? En zal de erkenningsaanvraag van de gesplitste KBVB helemaal conform het Sportfederatiesdecreet gebeuren, dus door een aparte vzw met een eigen personeelsbeleid, aparte financiering, apart beleidsplan enzovoort?

Verder wil de heer Sauwens graag verduidelijking over de stand van zaken met betrekking tot de erkenning van het BOIC waarvan sprake is in de beleidsbrief.

De heer Sauwens juicht de keuze voor seniorensport als prioriteit in het decreet sportfederaties toe. Hij vraagt alleen om de bestaande seniorensportfederaties te betrekken en geen concurrerende acties te ondernemen. Het is vooral belangrijk dat de grote groep van sedentaire senioren bereikt wordt en dat de bestaande lokale structuren maximaal worden ingezet. De vorige prioriteit was de gehandicaptensport. Hoe werd zij geëvalueerd en heeft men de effecten van deze prioriteit gemeten? De heer Sauwens heeft verder vastgesteld dat de sporttakkenlijst soms onheus wordt gebruikt. Hij is tevreden dat ropeskipping eindelijk zijn verdiende erkenning heeft als sporttak, maar als aikido, kaatsen, kendo, schieten en wushu voortaan tot de sporttakkenlijst behoren met een handvol beoefenaars, waarom dan petanque en andere niet? Welke logica zit daarin? De heer Sauwens pleit ervoor het gebruik van de sporttakkenlijst te beperken tot de unisportfederaties, want in de recreatieve sportfederaties worden vaak nieuwe sporttakken ontwikkeld en op die manier nieuwe doelgroepen bereikt. De lijst werd in uitvoering van het decreet sportfederaties aan de hand van een aantal criteria opgesteld om te bepalen welke sportfederaties door de Vlaamse Gemeenschap zouden gesubsidieerd worden. Maar heer Sauwens stelt vast dat deze lijst ook gebruikt wordt om sporttakken te selecteren inzake bijvoorbeeld medischverantwoord sporten (MVS) maar ook de Vlaamse Trainersschool (VTS) en dat was nooit de bedoeling. Het Huis van de Topsport komt er vooralsnog niet. Wordt Bloso dan geherstructureerd in twee afdelingen: een voor topsport en een voor Sport voor Allen? En wat zal er gebeuren met het contract van topsportmanager en zijn team, want dit loopt af in april 2009? Wat het decreet Onderwijsgebonden Sport betreft, vraagt het lid waarom er al een oproep in het Belgisch Staatsblad verscheen om dossiers in te dienen, terwijl het ontwerp van decreet nog door de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement moet worden goedgekeurd.

Ten aanzien van het MVS-decreet pleit de heer Sauwens voor verbreding. Het blijft te veel een antidopingdecreet, terwijl medisch verantwoord sporten veel meer is dan dat. Wat de publiek-private samenwerking (pps) in de sport betreft, leest de heer Sauwens het volgende in de beleidsbrief: “Tegen midden oktober zullen alle aanvraagdossiers ingediend en eventueel herbevestigd zijn. Volgens de vooropgestelde planning zal de selectieadviescommissie in oktober 2008 de aanvraagdossiers beoordelen en haar advies uitbrengen aan de Vlaamse Regering. Tegen midden november zal de Vlaamse Regering de geselecteerde lokale overheden bekendmaken voor 60 kunstgrasvelden, 50 sporthallen, 5 zwembaden en, afhankelijk van de investeringswaarde, 4 tot 8 multifunctionele sportcentra.” De heer Sauwens informeert naar de stand van zaken. Zal het subsidiebedrag voor de beschikbaarheidsvergoeding worden verhoogd gelet op de financiële crisis? Wat is de stand van zaken in de vijf Bloso-pps-projecten? Vervolgens vraagt de heer Sauwens naar het rendement van de Bloso-centra, inclusief personeelskosten. Wat de VTS betreft, bleek uit de staten-generaal van de sportclubs een prangend tekort aan gediplomeerde trainers. Dat is na vier jaar amper opgelost. In de jeugdwerksector worden betere resultaten gehaald met veel minder middelen en veel minder mankracht. Kan de minister hierover verduidelijking geven? Jaarlijks gaat meer dan 2.000.000 euro naar VTS voor amper 3000 trainersdiploma’s. Het niveau van aspirant-initiator komt naar het gevoel van de spreker wat laat. De heer Sauwens informeert ook of de vzw jeugdvoetbal werd opgeheven dan wel blijft voortdoen met een of andere werksubsidie. Wat is het verschil met de vorige fitometer of is het systeem hetzelfde?